|
|
|
Aftakeling Zo
kan het gebeuren dat je aarzelend een
besluit probeert te nemen, ofschoon
al vaststaat dat
je eigenlijk bent overleden. De
gretigheid waarmee je al die tijd herinnering
en lexicon hebt opgeslagen in
een ruimte die oneindig leek maar
die kennelijk al jaren heimelijk
wordt leeggevreten staat
haaks op je onzekerheid. Je
bent het heden kwijt. Je
zegt wel iets, maar je denkt het niet. Men
houdt je eerst nog voor diepzinnig, daarna
voor knettergek terwijl
je onbereikbaar zwijgt. En
van voren niet meer weet of
je van achteren nog leeft. Uiteindelijk
sluiten ze je op. |